Andere tijden Varsity – Anton Stoop

Wegens het unaniem geprezen en belachelijk grote succes van de eerste Groningse aflevering voelen wij ons genoodzaakt opnieuw een aflevering te wijden aan de overwinning van Aegir in 1982.

1982 is het jaar waarin Ruud Lubbers premier van Nederland werd. Bovendien het jaar waarin de computer door Time Magazine werd uitgeroepen tot machine van het jaar. 1982, kunt u het zich nog herinneren? Uw redacteuren wel, wellicht vanwege het feit dat zij bovenstaande feitjes ook voor de vorige aflevering nog hebben opgezocht. Dit is ‘Andere Tijden Varsity’.

Naast Michiel de Brauw, zat ook Anton Stoop in de laatst winnende Oude Vier van Aegir. Ook hij was onderdeel van deze gouden generatie. Stoop blikt met ons terug op de ‘Varsity’ in 1982.

‘Wat gebeurt er als je moe wordt? Dan begint de wedstrijd pas. Met Aegir trainden we altijd op de laatste 1000 meter; de combinatie van techniek en uithoudingsvermogen. Onze coaches Rutger Roëll en Jannes Munneke zeiden altijd: roeien is een trucje, geen krachtsport. Het gaat erom hoe je de kracht overbrengt. Dan hoef je helemaal niet groot te zijn, ik was zelf maar 79 kilo.

We roeiden bij de skifftrials alle enorme bonken eruit omdat we een betere techniek hadden en we de kracht beter over konden zetten. Het gaat ook om je mentale kracht. Wat gebeurt er als je moe wordt? Dan begint de wedstrijd pas. Je kan altijd verder gaan dan je denkt dat je kan gaan.

Het was sowieso een tijd waarin er een grote focus lag op uithoudingsvermogen. In Oost-Duitsland en Rusland zat iedereen aan de doping om de conditie te verbeteren.  Dat kwam er bij ons niet in. Klaar. Roeien was ook gewoon een hobby. We hadden er zo’n plezier in, we trainden knetterhard, maar het kostte geen moeite. Dat harde trainen bracht ons in ’81 niets meer dan een tweede plek. We verloren uiteindelijk op een taftje. Dat wilde we in ’82 niet nog een keer laten gebeuren.

We maakten dat jaar een aantal principiële beslissingen. Zo wilden we roeien met houten riemen en een stuur achterin, (tegenwoordig heeft iedereen de stuur voorin liggen red.) in tegenstelling tot onze grote concurrent Njord. Zij hadden een lichte, moderne 4 met koolstof riemen, en hadden wél hun stuur voorin liggen.

Daarnaast hebben we een nieuw type haal geïntroduceerd, de kernhaal. Het was een effectieve, relatief korte haal. Het baantempo lag hierdoor hoger en dat leverde een hoop snelheid op. Iedereen vond dat Aegir een prikhaal had, maar de hele wereld heeft die haal later overgenomen.

In de finale lagen we naast onze grote concurrent Njord. Toen we halverwege de race een halve lengte achter lagen, hebben we een tussensprint ingezet. De stuur van Njord kon dat niet zien want die lag aan de voorkant van de boot. Ondertussen raakte de slag van Njord in paniek; hij wilde harder gaan roeien. Omdat de stuur geen versnelling aangaf, viel het ritme van Njord uiteen. De Leidse boot begon te haperen en binnen de kortste keren waren we er voorbij. Die voorsprong gaven we niet meer uit handen. We wonnen met Aegir de Varsity.

Na een uitermate saai diner met de roeibond vertrokken we richting Groningen. Terug in het hoge noorden begon het grote feest: een botenwagen, een koets, uitzinnige leden en vele liters champagne. Het was geweldig. De verschillende champagnes leidden er wel toe dat we allemaal ziek werden. De volgende dag werd ik wakker met een kop, niet normaal.

Ik heb maar een kopje thee gezet, en ben toen gaan fietsen. De eerste paar meter op de tegels had ik verschrikkelijke hoofdpijn, maar die trok langzaam weg. Na een uur fietsen was ik weer thuis, had ik een eitje erin geknald en voelde ik me weer helemaal het mannetje. Zo’n periode in je leven blijft je wel bij.’