Andere tijden Varsity – ‘Laga won de Varsity’

Sander van der Marck

Vrienden,

1997, een heerlijk jaar. Spruitjesboer Henk Angenent wint de voorlopig laatste Elfstedentocht. ‘Harry Potter en de Steen der Wijzen’ verschijnt en Google wordt opgericht. Terwijl Marco Borsato met ‘De Waarheid’ de hitlijsten bestormt, wordt er ook gewoon geroeid.

In Delft is er iets moois aan het groeien. Vrouwelijk schoon mag dan ontbreken in de Zuid-Hollandse stad, sterke roeiers zijn er voldoende. Sander van der Marck maakt deel uit van een gouden generatie. In ’93 won hij al de Nations Cup (WK onder 23) en in ’96 is hij actief op de Olympische Spelen. Een jaar later pakt hij de grootste overwinning uit zijn carrière: met Laga wint hij de Varsity.

Het is de voorlopig laatste overwinning voor onze vrienden uit Delft. Aan het woord in deze aflevering van ‘Andere Tijden Varsity’: Sander van der Marck.

“De ‘Varsity’ is erg belangrijk voor Laga. De hele vereniging leeft naar ‘Het Hoofdnummer’ toe, het is niet te vergelijken met een andere wedstrijd. In ’97 stond er wat druk op ons, Laga had namelijk al een tijdje niet gewonnen (1990 was de laatste overwinning red.).

We werden wel een paar keer tweede en derde, maar daar heb je niks aan. Laga zat in een kleine Varsity-droogte. In ‘97 moest het toen wel gebeuren. Ik zat aanvankelijk niet in de vier aangezien ik op de Olympische Spelen was geweest en niet in Delft trainde. Tijdens de selectie voor de ‘Oude Vier’ werkte ik me weer in de boot. De voorbereiding was vervolgens wisselend, toch voelde het alsof we er op tijd klaar voor waren.

De voorwedstrijd kwamen we zonder problemen door. Om 17.00 uur startten we daarna de finale.   Ik merkte dat het roeien erg gemakkelijk ging. We lagen dan ook direct vooraan, niet dat je daar iets voor koopt. Je hebt pas gewonnen als je als eerste over die streep komt. De laatste 500 meter voel je wel dat het gaat gebeuren, zeker als je het publiek keihard hoort schreeuwen. Je roeit dan echt door een tunnel van geluid heen.

We wonnen met Laga de ‘Varsity’.

Mensen sprongen het water in en zwommen naar je toe: gekkenhuis. Vervolgens werden we door oud-winnaars uit de boot getild en kregen we het varsitysapje in onze handen geduwd. Een diner op de VIP-boot en een treinrit terug naar Delft volgden. We kwamen aan op een afgeladen station en werden een koets ingetild. Het is heel bijzonder hoe 12 uur lang alles om jou en je ploeggenoten draait.

Het jaar daarvoor was ik nog op de Olympische Spelen geweest. Dat is natuurlijk een hele andere beleving, veel grootser en serieuzer. Met je land ben je sterk verbonden, maar toch niet zoals met je vereniging. De interactie met het publiek is op de ‘Varsity’ gewoonweg veel interessanter. Mensen die op een Olympische Spelen afkomen zijn nooit zo fanatiek als de brallende studenten van de verschillende studentenverenigingen.

Of Laga dit jaar gaat winnen? Ik weet het niet. Er zijn genoeg mannen in Delft, dat is het probleem niet….”